Toelichting begrippen vragenlijst

R&D-afdeling
Met de R&D-afdeling wordt de productontwikkelafdeling bedoeld.

BREEAM
BREEAM-NL is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen te bepalen. De methode omvat vier verschillende keurmerken. Allereerst BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie. Dit keurmerk is sinds september 2009 operationeel. Het wordt gebruikt om de duurzaamheidsprestatie te bepalen van nieuwe gebouwen. Het tweede keurmerk is BREEAM-NL In-Use. Dit beoordeelt bestaande gebouwen op drie niveaus: Gebouw, Beheer en Gebruik. Dit is in de zomer van 2011 operationeel geworden. Het derde keurmerk BREEAM-NL Gebied beoordeelt de duurzaamheidsprestatie van gebieden. Vanaf september 2011 is ook dit keurmerk operationeel. In 2013 lanceerde de DGBC het keurmerk BREEAM-NL Sloop en Demontage om de duurzaamheid van sloopprojecten te beoordelen. Gebouwen die niet in deze categorieën vallen, kunnen met een maatwerktraject worden beoordeeld: BREEAM-NL ‘Bespoke’.

LEED
LEED is een evaluatie- en certificatiesysteem waarmee de duurzaamheidsprestatie van gebouwen bepaald kan worden. LEED staat voor ‘Leadership in Energy and Environmental Design’. LEED is in 1998 opgezet door de US Green Building Council (USGBC) en is de meest gebruikte duurzaamheidstool in de Verenigde Staten. Dit komt vooral doordat LEED daar vaak gekozen wordt voor overheidsprojecten. LEED is een scoresysteem dat gebruik maakt van een checklist. De score bepaalt of het gebouw een basis certificering, zilver, goud of platina krijgt toebedeeld. Deze certificering ligt in handen van de LEED commissie. Naast nieuwbouw kan LEED ook toegepast worden bij renovatie of transformatie van bestaande gebouwen (LEED-Existing Buildings). LEED beoordeelt op de volgende elementen:‘ontwikkeling van duurzame locaties’, ‘waterbesparing’, ‘energie-efficiëntie’, ‘materiaalselectie’, ‘kwaliteit van de binnen omgeving’, ‘innovatie’ en ontwerp en ‘regionale prioriteit’.

GPR

Duurzaamheid wordt in GPR Gebouw zichtbaar in 5 thema’s: Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Per thema verschijnt een waardering op een schaal van 1 tot 10. .

STIP

STIP sluit een verbond met verantwoorde en betrokken houtverwerkers. Een bedrijf dat in aanmerking wil komen voor het STIP bedrijfscertificaat, mag alléén hout inkopen en dus verkopen dat verantwoord geproduceerd is. Oftewel, hout dat afkomstig is uit door TPAC goedgekeurde bosbeheerssystemen.

Veel houtverwerkers gebruiken hout uit verantwoord beheerde bossen, zoals FSC of PEFC-gecertificeerd hout. FSC- en PEFC-bosbeheerssystemen hebben sterk bijgedragen aan de ontwikkeling van verantwoord bosbeheer. En doen dat nog steeds. Een CoC-certificaat wil echter niet zeggen dat daarmee alle hout dat het betreffende bedrijf levert ook daadwerkelijk uit verantwoord beheerde bossen komt. Bij STIP werken we met producten uit alle door de Nederlandse overheid goedgekeurde bosbeheersystemen.

FSC

FSC staat voor Forest Stewardship Council. Het is een internationale organisatie die zich inzet voor verantwoord bosbeheer wereldwijd. Met ‘verantwoord’ wordt bedoeld dat er op een evenwichtige manier rekening gehouden wordt met zowel de sociale, ecologische en economische aspecten die bij bosbeheer horen.

FSC is het oudste en bekendste certificeringssysteem met wereldwijd breed draagvlak onder bedrijven, sociale organisaties en internationale natuur- en milieuorganisaties. En het was daarmee  de eerste organisatie ter wereld die internationaal toepasbare principes en criteria op voor duurzaam bosbeheer en certificering om de bossen in de tropen te beschermen tegen vernietiging en onherstelbare aantasting.

PEFC

De tegenhanger van FSC is PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification schemes). Net als FSC is PEFC internationale organisatie ter bevordering van duurzaam bosbeheer. Hiervoor is tevens een certificering te behalen.

Cradle 2 Cradle

Cradle 2 Cradle: (van wieg tot wieg) Houdt in dat producten na gebruik kunnen worden hergebruikt in een nieuw product of als grondstof kunnen dienen. Het principe, ontwikkeld door William McDonough en Michael Braungart, is ontleend aan ecosystemen. Bouwdelen kunnen na gebruik weer terugkeren in de biologische of technologische kringloop. Bij C2C wordt gekeken naar Material Health, Material Reutilization, Renewable Energy, Water Stewardship en Social Fairness.

LCA’s

Elk product heeft impact op het milieu, denk aan CO2-uitstoot, grondstofgebruik en landgebruik. Levenscyclusanalyse of Life Cycle Assessment (LCA) is een methode om de milieuprestaties van een product of productieketen te inventariseren. De methodes geven bovendien inzicht in mogelijke verbeteringen en besparingsmogelijkheden in de productieketen.

EPD’s

Een EPD is een internationaal erkend document, waarin de duurzaamheidsgegevens van een product worden vermeld. Ze worden onafhankelijk geverifieerd en uitgegeven door derden als IBU (Institut Bauen und Umwelt e.V.) of UL. EPD-certificaten zijn belangrijk omdat ze inzage geven in de de milieu-impact van een product gedurende de gehele levenscyclus.

Milieudatabase

De Nationale Milieudatabase (NMD) zorgt voor opslag van betrouwbare LCA-milieudata in één centrale database. De aangeleverde milieudata zijn gebaseerd op een EPD en worden gepresenteerd in de vorm van product- en itemkaarten. De kaarten verwijzen naar milieuprofielen. De kaarten en de milieuprofielen worden in verschillende rekeninstrumenten toegepast om de milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken te berekenen.

Menu